Twee jaar geleden zag ik hem voor het eerst.
De Angliru, voluit de Alto de el Angliru, een ontzettend zware beklimming in
het noorden van Spanje. De 15e etappe van de Ronde van Spanje eindigde
op deze beruchte col met een maximaal stijgingspercentage van 23,6%. De beelden
toonden omvallende motoren die de combinatie van het lage tempo en de enorme
stijging niet meer aan konden, slingerende renners op hun fiets, lopende
renners naast hun fiets, vermoeide koppies met uitgeholde ogen. Met grote ogen aanschouwde ik dit slagveld. Cobo
won. De nummer twee was Wout Poels, hij bleek over buitengewone capaciteiten te
bezitten.
Deze etappe was één van de twee cruciale
momenten die mij er toe brachten een racefiets aan te schaffen. Een paar weken
daarvoor toonde Andy Schleck in de Tour de France een waar huzarenstukje op de
Col du Galibier. Dat wilde ik ook. De grote reuzen in de Alpen en Pyreneeën
lonkten. Ik moest ook wielrennen. Een gevecht van mens tegen mens, mens tegen
natuur, mens tegen zichzelf.
Dik zes maanden later was ik de trotse
bezitter van mijn eerste racefiets. Een Cube Peloton Pro. Mijn eerste ‘berg’
was de Camerig in Zuid-Limburg. Een dag later kwam de Keutenberg. De
stilgevallen motor met zijspan in het vreemde bochtje op het steilste gedeelte
zorgde voor een extra hoge moeilijkheidsgraad. Een stilgevallen motor en een
paar luttele meters met een stijging van boven de 20%. Dit was mijn eigen
mini-versie van de Angliru! Met de mimiek van Voeckler trok ik mijn fiets naar
de top. Mijn broertje was allang boven. Hij was Cobo.
Het jaar daarop stond de Tecklenburg Rundfahrt
op de planning. Al in het begin van de tocht, na een stuiterende, smalle
afdaling door een bos, diende zich een muur aan. Zo’n 100 meter, misschien 150,
met een stijging van 25%. Dat wist ik niet. Ik zat nog op het buitenblad en ik
heb falende schakel-skills. Driekwart van de helling heb ik gelopen met de fiets
aan de hand. En dat doet zeer. De steile helling doet het lijken alsof je
kuitspieren doormidden scheuren. De plaatjes onder je schoenen zorgen ervoor
dat je als een dronken pinguïn naar boven waggelt. In mijn hoofd maak ik een
korte notitie: Niet lopen op de Angliru! Lopen doet meer zeer dan fietsen. Mijn vader stond boven op me te wachten, in
één keer fietsend naar boven geknald. Hij was Cobo.
Ooit ga ik fietsend naar de top van de
Angliru. Dan ben ik Cobo.
Maar niet vandaag. Vandaag zit ik met chips en
cola op de bank te kijken naar een gegarandeerd spektakel in de Vuelta. Vandaag
doet de Ronde van Spanje de Angliru aan. Ik heb er zelfs speciaal vrij voor
gevraagd van mijn werk. Daar durf ik wel voor uit te komen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten